vrijdag 30 mei 2014

Bergoglio de Apostaat verbergt zijn pectorale kruis:

Mat 10:33 - Maar wie Mij voor de mensen verloochent,
hem zal ook Ik verloochenen voor mijn Vader, die in de hemelen is.
Mar 15:19 - Dan sloegen ze Hem met een rietstok op het hoofd, bespuwden Hem,
wierpen zich op de knieën, en brachten Hem hulde.

donderdag 29 mei 2014

Scherpe kritiek op bisschop Nunzio Galantino

Vanuit de pro-life-wereld is scherp gereageerd op kritische uitlatingen van een Italiaanse bisschop op biddende pro-lifeactivisten, meldt LifeSiteNews.

Hulpbisschop Nunzio Galantino, secretaris-generaal van de Italiaanse bisschoppenconferentie, had zich in een interview badinerend uitgelaten over pro-life-activisten die bij abortusklinieken "uitdrukkingloos" de rozenkrans staan te bidden. "In het verleden hebben we ons te veel op abortus en euthanasie geconcentreerd. Het moet niet op deze manier, want er is ook het echte leven dat voortdurend verandert", aldus Galantino vorige week.


Opheldering geëist

Naast verschillende andere Italiaanse pro-life-organisaties eist ook het Comité NO194 opheldering van de hooggeplaatste hulpbisschop. Het voelt zich rechtstreeks aangesproken omdat het in november 2012 een negen uur durende rozenkranswake organiseerde voor twintig ziekenhuizen waar abortussen worden gepleegd. De organisatie wil met een referendum de Italiaanse abortuswet, wet nummer 194, ongedaan maken.


'Ongepast'

Tot nu toe heeft mgr. Galantino niet gereageerd. No194 wijst hem in een verklaring op de encycliek Evangelium Vitae van Johannes Paulus II waarin deze katholieken aanspoort zich te verzetten tegen wetten die in strijd zijn met het recht op leven.

Voorzitter Peter Guerini van NO194 noemt de opmerkingen van Galantino over de "uitdrukkingsloze gezichten" "minachtend" en "sarcastisch" en "weinig in overeenstemming met het ambt van bisschop".


Open gesprek

Priester Frank Pavone, voorzitter van de pro-life-organisatie Priests for Life ('Priesters voor het Leven'), heeft laten weten pas te stoppen met actievoeren "als het moorden stopt".

Op bisschop Galantino's pleidooi voor een "taboeloze" discussie over onder meer gehuwde priesters en het homohuwelijk reageert Pavone: "Ik begrijp daaruit dat hij ook niet tegen een open gesprek zal zijn over het schandaal van het stilzwijgen ten aanzien van de grootste holocaust die de wereld ooit heeft gezien, die van abortus."


Politieke gevolgen

John Smeaton, de directeur van de Britse Vereniging voor de Bescherming van Ongeboren Kinderen (SPUC), zei in een interview dat bisschop Galantino's opmerkingen een vergaande invloed in de politiek hebben. In een interview met Church Militant TV zegt Smeaton dat de wereldwijde pro-life-beweging zich niet zal laten afschrikken door de commentaren van "slecht geïnformeerde clerici", maar dat deze toch zorgwekkend is. "Wanneer dit soort uitspraken worden gedaan verandert dat het morele landschap wereldwijd."


Zorgwekkend gedrag

De prominente Amerikaanse kerkjurist Ed Peters zegt zich in zijn blog "zorgen te maken" wanneer "hooggeplaatste prelaten zich badinerend uiten over de eenvoudige en biddende vroomheid die sommige lekengelovigen zelfs nog voor de poorten van de dood vertonen."

Hij vertelt over zijn eigen ervaringen toen hij voor het eerst in 1978 aan een rozenkransactie deelnam en werd uitgescholden, bespuugd en bedreigd. Peters verontschuldigt zich ervoor "als mijn uitdrukkingloos gebed buiten de abortuskliniek ooit iemand heeft beschaamd".

"Het is gewoon dat ik nog steeds verstijf bij de gedachte dat op nauwelijks 20 meter van mij vandaan een baby aan stukken wordt gesneden", aldus de kerkjurist.

Bron: Katholiek Nieuwsblad

Link:

http://www.katholieknieuwsblad.nl/nieuws/item/5749-scherpe-kritiek-op-bisschop-nunzio-galantino

dinsdag 27 mei 2014

Bergoglio spot met Paus Pius X en alle Katholieken

Bergoglio legt een krans op het graf van de atheïst en zionist Theodor Herzl.

Dit is de grootste schanddaad van een 'Bisschop van Rome' ooit!

Theodor Herzl in zijn eigen woorden: "Een audiëntie bij Paus Pius X (1904)"

On January 26, 1904, Theodor Herzl had an audience with Pope Pius X in the Vatican to seek his support for the Zionist effort to establish a Jewish state in Palestine.  He recorded his account of the meeting in his diary. Source: Raphael Patai, The Complete Diaries of Theodor Herzl, translated by Harry Zohn (New York/London: Herzl Press, Thomas Yoseloff, 1960), 1601-1605.  The "Lippay" to whom he refers is Count Berthold Dominik Lippay, an Austrian papal portraitist, whom Herzl had met in Venice and who had arranged the audience with the pope.

Yesterday I was with the Pope. The route was already familiar since I had traversed it with Lippay several times.

Past the Swiss lackeys, who looked like clerics, and clerics who looked like lackeys, the Papal officers and chamberlains.

I arrived 10 minutes ahead of time and didn't even have to wait.

I was conducted through numerous small reception rooms to the Pope.

He received me standing and held out his hand, which I did not kiss.

Lippay had told me I had to do it, but I didn't.


I believe that I incurred his displeasure by this, for everyone who visits him kneels down and at least kisses his hand.
 

[Herzl hield zich niet aan het protocol door de ring van de Paus niet te kussen.
Dit was een zeer zware belediging!] 

This hand kiss had caused me a lot of worry. I was quite glad when it was finally out of the way.

He seated himself in an armchair, a throne for minor occasions. Then he invited me to sit down right next to him and smiled in friendly anticipation.

I began:

"Ringrazio Vostra Santità per il favore di m'aver accordato quest'udienza" [I thank Your Holiness for the favor of according me this audience]."

"È un piacere [It is a pleasure]," he said with kindly deprecation.

I apologized for my miserable Italian, but he said:

"No, parla molto bene, signor Commendatore [No, Commander, you speak very well]."

For I had put on for the first time—on Lippay's advice—my Mejidiye ribbon. Consequently the Pope always addressed me as Commendatore.

He is a good, coarse-grained village priest, to whom Christianity has remained a living thing even in the Vatican.

I briefly placed my request before him. He, however, possibly annoyed by my refusal to kiss his hand, answered sternly and resolutely:

"Noi non possiamo favorire questo movimento. Non potremo impedire gli Ebrei di andare a Gerusalemme—ma favorire non possiamo mai. La terra di Gerusalemme se non era sempre santa, è santificata per la vita di Jesu Christo (he did not pronounce it Gesu, but Yesu, in the Venetian fashion). Io come capo della chiesa non posso dirle altra cosa. Gli Ebrei non hanno riconosciuto nostro Signore, perciò non possiamo riconoscere il popolo ebreo [We cannot give approval to this movement. We cannot prevent the Jews from going to Jerusalem—but we could never sanction it. The soil of Jerusalem, if it was not always sacred, has been sanctified by the life of Jesus Christ. As the head of the Church I cannot tell you anything different. The Jews have not recognized our Lord, therefore we cannot recognize the Jewish people]."
 

[Paus Pius X gaf dus niet zijn goedkeuring aan de zionistische beweging!] 

Hence the conflict between Rome, represented by him, and Jerusalem, represented by me, was once again opened up.

At the outset, to be sure, I tried to be conciliatory. I recited my little piece about extraterritorialization, res sacrae extra commercium [holy places removed from business]. It didn't make much of an impression. Gerusalemme, he said, must not get into the hands of the Jews.

"And its present status, Holy Father?"

"I know, it is not pleasant to see the Turks in possession of our Holy Places. We simply have to put up with that. But to support the Jews in the acquisition of the Holy Places, that we cannot do."

I said that our point of departure had been solely the distress of the Jews and that we desired to avoid the religious issues.

"Yes, but we, and I as the head of the Church, cannot do this. There are two possibilities. Either the Jews will cling to their faith and continue to await the Messiah who, for us, has already appeared. In that case they will be denying the divinity of Jesus and we cannot help them. Or else they will go there without any religion, and then we can be even less favorable to them.

"The Jewish religion was the foundation of our own; but it was superseded by the teachings of Christ, and we cannot concede it any further validity. The Jews, who ought to have been the first to acknowledge Jesus Christ, have not done so to this day."

It was on the tip of my tongue to say, "That's what happens in every family. No one believes in his own relatives." But I said instead: "Terror and persecution may not have been the right means for enlightening the Jews."

But he rejoined, and this time he was magnificent in his simplicity:

"Our Lord came without power. Era povero [He was poor]. He came in pace [in peace]. He persecuted no one. He was persecuted.

He was abbandonato [forsaken] even by his apostles. Only later did he grow in stature. It took three centuries for the Church to evolve. The Jews therefore had time to acknowledge his divinity without any pressure. But they haven't done so to this day."

"But, Holy Father, the Jews are in terrible straits. I don't know if Your Holiness is acquainted with the full extent of this sad situation. We need a land for these persecuted people."

"Does it have to be Gerusalemme?"

"We are not asking for Jerusalem, but for Palestine—only the secular land."

"We cannot be in favor of it."

"Does Your Holiness know the situation of the Jews?"

"Yes, from my Mantua days. Jews live there. And I have always been on good terms with Jews. Only the other evening two Jews were here to see me. After all, there are other bonds than those of religion: courtesy and philanthropy. These we do not deny to the Jews. Indeed, we also pray for them: that their minds be enlightened. This very day the Church is celebrating the feast of an unbeliever who, on the road to Damascus, became miraculously converted to the true faith. And so, if you come to Palestine and settle your people there, we shall have churches and priests ready to baptize all of you."

Count Lippay had had himself announced. The Pope permitted him to enter. The Count kneeled, kissed his hand, then joined in the conversation by telling of our "miraculous" meeting in Bauer's Beer Hall in Venice. The miracle was that he had originally planned to spend the night in Padua. As it happened, I had expressed the wish to be allowed to kiss the Holy Father's foot.

At this the Pope made une tête [a long face], for I hadn't even kissed his hand. Lippay went on to say that I had expressed myself appreciatively on Jesus Christ's noble qualities. The Pope listened, now and then took a pinch of snuff, and sneezed into a big red cotton handkerchief. Actually, these peasant touches are what I like best about him and what compels my respect.

In this way Lippay wanted to account for his introducing me, perhaps to excuse it. But the Pope said: "On the contrary, I am glad you brought me the Signor Commendatore."

As to the real business, he repeated what he had told me: Non possumus [We can't]!

Until he dismissed us Lippay spent some time kneeling before him and couldn't seem to get his fill of kissing his hand. Then I realized that the Pope liked this sort of thing. But on parting, too, all I did was to give him a warm hand-squeeze and a low bow.

Duration of the audience: about 25 minutes.

In the Raphael stanze [rooms], where I spent the next hour, I saw a picture of an Emperor kneeling to let a seated Pope put the crown on his head.

That's the way Rome wants it.


Bron: Council of Centers on Jewish-Christian Relations

Waarom de Orthodoxe Joden de bondgenoten van de Orthodoxe Katholieken zijn:



zondag 25 mei 2014

Het grote bedrog van vrijmetselaar en president Harry S. Truman en oecumenisch 'Patriach' Athenagoras; de agent van Amerika...

From 1932 to 1948, the date of his elevation to the Ecumenical throne, Athenagoras was Orthodox Archbishop of America. [Athenagoras was de Orthodoxe Patriarch in Amerika]

President Truman, a personal friend of Athenagoras, is known to have pressed him to accept the Patriarchate as a step towards Christian unity in the face of Communism. (The day I was received by him the Patriarch had three books by Truman on the desk in his private study.)
[Truman en Athenagoras waren goede vrienden van mekaar.]
 

Bron: The Tablet - Page 5, 11th January 1964

Link:

http://archive.thetablet.co.uk/article/11th-january-1964/5/athenagoras-and-the-phanar
































The Orthodox Institute


On November 1, 1948, Athenagoras was elected Ecumenical Patriarch. On January 26, 1949 he would fly to his new home in Air Force One (then called the Sacred Cow), lent to him by President Truman. Some have speculated that this was a signal that the American government somehow approved of Athenagoras' election or had been involved in pushing his candidacy.

Dus, Athenagoras werd met het presidentiële vliegtuig van Amerika naar Istanboel overgevlogen!

Vergelijk dit met Ayatollah Khomeini!
 
De terugkeer van Khomeini uit Parijs (Teheran, 1 februari 1979).
Khomeini wordt door de piloot van het Air France toestel de trap af geholpen.






























 




Then in October 1958, John XXIII was elected. Three months into his pontificate he announced the convocation of an Ecumenical Council: Vatican II. The world was shocked, including the Orthodox world. No one knew what to expect. Athenagoras would respond by sending Archbishop Iakovos ( who was on his way to enthronement as primate of the Greek Orthodox Archdiocese 1 April 1959) to Rome to meet Pope John.

Was het tweede Vaticaans Concilie toeval? Werden we bedrogen???

On March 17, the two would meet. It was the first meeting between a representative of the Ecumenical Patriarchate and the Bishop of Rome since May 1547. One month later, a representative of the Pope would be in Constantinople meeting Athenagoras (Stormon p. 9).

One of the great issues was whether or not the Orthodox Churches would send observers to Vatican II. We did not send them to the session in 1963. But after regular contacts with the Orthodox churches, we agreed to send observers to the third and fourth sessions in 1964 and 1965 respectively.

We shouldn't underestimate the significance of these times and moments. Two churches had not only been separated sine 1054, there had been no formal contact in over 400 years. In 1963, Pope Paul wrote a handwritten letter to Patriarch Athenagoras. The last time this had been done was in 1584 when Pope Gregory XIII informed Patriarch Jeremiah II about reform of the calendar (Stormon, p. 9).

By 1963 the contacts between Rome and Constantinople were becoming more and more regular. It was time for the heads of the Churches to meet - to look at one another, reminiscent Athenagoras' early years.

In Decemeber of that year, Pope Paul announced that he would visit the Holy Land in early 1964. Athenagoras, announcing the news in Constantinople stated that is would be an act of divine providence if the heads of the Churches could meet in Jerusalem to pray together at the Holy Sites. On January 5, 1964 Athenagoras and Paul VI would meet on the Mount of Olives.

Emotions ran high. Letters between the Pope and Patriarch continually express the joy of the meeting. A real breakthrough had been made. There were Orthodox observers at Vatican II, including Metropolitan Maximos of Pittsburgh, a young priest at the time.

Over the next year, delegations from the two sides studied the matter and concluded that the anathemas of 1054 were not acts excommunicating churches from one another, but individuals [Dat is na 1.000 jaar dan nog maar de vraag...].

These acts could be overturned or as the Orthodox decree of 7 December 1965 would put it, "remove them from the memory of the Church." Simultaneously in Rome, Paul VI did the same. While we should not underestimate its effect. Neither did Athenagoras or Pope Paul VI. The joint declaration includes these words: "Pope Paul VI and Patriarch Athenagoras I together with his Synod are aware that this gesture, expressive of justice and mutual forgiveness, cannot be sufficient to put an end to the subjects of difference ancient or more recent, which still exist between the Roman Catholic Church and the Orthodox Church..." (Stormon, p. 128).

Bron: The Orthodox Institute

Link:

http://www.orthodoxinstitute.org/athenagoras.html



"Greek Americans: Struggle and Success" door Peter C. Moskos & Charles C. Moskos


Athenagoras zei dat Truman door God gezonden was. Niet slecht voor een vrijmetselaar!








zaterdag 24 mei 2014

Thomas, de website van het zogenaamde 'Katholiek Godsdienstonderwijs' in Vlaanderen, en de vermeende christelijke 'jodenhaat'... En de beroemde encycliek 'Sicut Judaeis' van Paus Calixtus II, waar ze daar bij de KULeuven blijkbaar nog nooit van gehoord hebben...

Sicut Judaeis (Nederlands: 'Zoals de Joden') was een pauselijke bul, uitgevaardigd in 1120 door Paus Calixtus II, die bedoeld was om de joden te beschermen als gevolg van de Eerste Kruistocht.

In deze bul werden de rechten van de joden en het recht op bezit erkend en verbood zij christenen om joden onder dwang te bekeren. Op het einde der tijden zouden de joden zich bekeren. Tot aan die tijd zouden zij getuigen zijn van de Waarheid van het Evangelie. De joodse feestdagen mochten niet worden verstoord en de joodse begraafplaatsen moesten worden beschermd. Iedereen die zich hieraan niet zou houden, zou worden geëxcommuniceerd.

In de 13de eeuw werd de bul maar liefst tien keer herhaald en in de 14de en de 15de eeuw werd de bul respectievelijk nog vier- en driemaal herhaald. Daarna werd de bul opgenomen in het Kerkelijke Recht.

Bijvoorbeeld door:

Paus Alexander III (jaar onbekend)
Paus Celestinus III (1191 & 1198)
Paus Innocentius III (1199)
Paus Honorius III (1216)
Paus Gregorius IX (1235)
Paus Innocentius IV (1246)
Paus Alexander IV (1255)
Paus Urbanus IV (1262)
Paus Gregorius X (1272 & 1274)
Paus Nicholaas III (jaar onbekend)
Paus Martinus IV (1281)
Paus Honorius IV (1285-1287)
Paus Nicholaas IV (1288-92)
Paus Clemens VI (1348)
Paus Urbanus V (1365)
Paus Boniface IX (1389)
Paus Martinus V (1422)
Paus Nicholaas V (1447)

Paus Gregorius I (590-604) schreef reeds in de 6de eeuw een brief getiteld 'Sicut Judaeis' aan de Bisschop van Napels om daarin te melden, dat de rechten van de joden moesten worden gerespecteerd.

vrijdag 23 mei 2014

Beste Didier Pollefeyt van de Faculteit 'Godgeleerdheid' aan de K.U.Leuven, en brein achter 'Thomas', de website van het zogenaamde 'Katholiek Godsdienstonderwijs' in Vlaanderen, knoop het volgende eens goed in uw oren:


Het officiële standpunt van de Kerk:


"WIJ HERINNEREN ONS: EEN BESCHOUWING OVER DE SHOAH"

Commissie voor religieuze betrekkingen met de joden
Kardinaal Edward Idris Cassidy, voorzitter
Datum:    16 maart 1998


HOOFDSTUK 3 - Verhoudingen tussen joden en christenen


3 De geschiedenis van de betrekkingen tussen joden en christenen is een veel geplaagde. Zijne heiligheid paus Johannes Paulus II heeft dat ook erkend in zijn herhaalde oproep aan Katholieken om onze plaats te bepalen met betrekking tot onze verhouding tot het joodse volk. Al met al valt de balans van deze betrekkingen gedurende tweeduizend jaar zeer negatief uit.

In de begintijd van het Christendom, na de kruisiging van Jezus, ontstonden er conflicten tussen de vroege Kerk en het joodse volk en hun leiders, die in hun trouw aan de wet de verkondigers van het evangelie en de eerste christenen soms vurig bestreden. In het heidense Romeinse rijk genoten de joden wettelijke bescherming op grond van de privileges die hun door de keizer waren toegekend. De autoriteiten maakten aanvankelijk geen onderscheid tussen joodse en christelijke gemeenschappen. Al gauw werden de christenen echter van staatswege vervolgd. Later, toen de keizers zich zelf tot het christendom bekeerden, bleven de joodse privileges eerst nog gewaarborgd. Maar de christelijke bendes die aanslagen pleegden op heidense tempels, richtten zich soms ook tegen synagogen, zeker ook onder invloed van bepaalde interpretaties van het Nieuwe Testament ten aanzien van het joodse volk als geheel. "Er hebben in de christelijke wereld - ik zeg niet in de Kerk als zodanig - te lang onjuiste en onterechte interpretaties van het Nieuwe Testament ten aanzien van het joodse volk en hun vermeende schuld de ronde gedaan, die vijandelijke gevoelens ten opzichte van dit volk hebben voortgebracht." Dit soort interpretaties van het Nieuwe Testament zijn door het Tweede Vaticaans Concilie definitief en in hun totaliteit verworpen.

Ondanks de christelijke verkondiging van liefde voor allen, zelfs voor je vijanden, werden door de eeuwen heen minderheden en mensen die in enig opzicht 'anders' waren door de heersende mentaliteit gestraft. Anti-joodse gevoelens in bepaalde christelijke kringen en de kloof die bestond tussen de Kerk en het joodse volk leidden tot een algemeen voorkomende discriminatie, die soms uitliep op verdrijvingen of pogingen tot gedwongen bekering. In een groot deel van de 'christelijke' wereld was de juridische status van mensen die niet christelijk waren tot het einde van de achttiende eeuw niet altijd volledig gewaarborgd. Desondanks hielden de joden door heel de geschiedenis van het christendom heen vast aan hun religieuze tradities en de gebruiken binnen hun gemeenschap. Zij werden daarom met een zekere argwaan en wantrouwen bekeken. In tijden van crisis, als hongersnood, oorlog, pest of sociale spanningen, werd de joodse minderheid soms aangewezen als zondebok en werd zij het slachtoffer van geweld, plundering en zelfs slachtingen.

Rond het einde van de achttiende eeuw en het begin van de negentiende eeuw hadden de joden in de meeste landen over het algemeen een positie verkregen die gelijk was aan die van andere burgers en bekleedde een aantal van hen invloedrijke functies in de samenleving. Maar in diezelfde historische context, met name in de negentiende eeuw, vatte er een vals en verhevigd nationalisme post. In een klimaat van ingrijpende sociale veranderingen werden de joden er vaak van beschuldigd naar verhouding te veel invloed te hebben. Zo begon zich in het grootste deel van Europa een meer of minder sterke vorm van anti-judaïsme te verspreiden, die in wezen meer van sociologische en politieke dan van godsdienstige aard was.

Tegelijkertijd staken er theorieën de kop op die de eenheid van het menselijk ras ontkenden en beweerden dat er een oorspronkelijke ongelijkheid tussen de verschillende rassen zou bestaan. In de twintigste eeuw gebruikte het nationaal-socialisme in Duitsland deze ideeën als een pseudo-wetenschappelijke basis voor het onderscheid tussen de zogenaamde Noords-Arische rassen en naar hun idee inferieure rassen. Verder versterkte zich in Duitsland een extreme vorm van nationalisme naar aanleiding van de nederlaag van 1918 en de zware maatregelen die door de overwinnaars waren opgelegd, met als gevolg dat velen het nationaal-socialisme als een oplossing voor de problemen van hun land beschouwden en hun politieke medewerking aan deze beweging verleenden.

De Kerk in Duitsland reageerde met een veroordeling van racisme. Die veroordeling klonk het eerst in de prediking van enkele geestelijken, in de verkondiging van de Katholieke bisschoppen en in de geschriften van Katholieke journalisten. Al in februari en maart 1931 publiceerden Kardinaal Bertram van Breslau, Kardinaal Faulhaber en de bisschoppen van Beieren, de bisschoppen van de provincie Keulen en die van de provincie Freiburg pastorale brieven waarin zij het nationaal-socialisme en daarmee verbonden verheerlijking van ras en staat veroordeelden.

De bekende Adventspreken van Kardinaal Faulhaber in 1933, het jaar waarin het nationaal-socialisme aan de macht kwam, waarbij niet alleen Katholieken maar ook protestanten en joden aanwezig waren, verwoordden een duidelijke afwijzing van de antisemitische nazi-propaganda.

Na de Kristallnacht bad Bernhard Lichtenberg, proost van de kathedraal van Berlijn publiekelijk voor de joden. Hij zou later sterven in Dachau en is zalig verklaard.

Ook Paus Pius XI sprak een ernstige veroordeling van het nazi-racisme uit in zijn encycliek
Mit brennender Sorge die op Passiezondag 1937 in de Duitse kerken werd voorgelezen, een stap die aanslagen en strafmaatregelen tegen geestelijken tot gevolg had. In een toespraak tot een groep Belgische pelgrims verklaarde Pius XI op 6 september 1938: "Antisemitisme is onaanvaardbaar. In geestelijk opzicht zijn wij allen Semieten."

Pius XII waarschuwde in zijn allereerste encycliek, Summi Pontificatus van 20 oktober 1939, tegen theorieën die de eenheid van het menselijk ras ontkenden, alsmede tegen de verheerlijking van de staat, hetgeen volgens hem zou leiden tot een ware "tijd van duisternis".


HOOFDSTUK 4 - Nazistisch antisemitisme en de Shoah

4 We mogen dus niet het verschil uit het oog verliezen tussen het antisemitisme, dat is gebaseerd op theorieën die in strijd zijn met de leer van de Kerk ten aanzien van de eenheid van het menselijk ras en de gelijkwaardigheid van alle rassen en volken, en de reeds lange tijd bestaande gevoelens van wantrouwen en vijandigheid die we aanduiden als anti-judaïsme, waaraan helaas ook christenen zich schuldig hebben gemaakt.

De nationaal-socialistische ideologie ging nog verder, in de zin dat zij weigerde een transcendente werkelijkheid te erkennen als de bron van het leven en het criterium voor het moreel goede. Bijgevolg eigende een groep mensen en de daarmee verbonden staat zich een absolute status toe en besloten zij een einde te maken aan het bestaan van het joodse volk, een volk dat geroepen was om te getuigen van de ene God en de Wet van het Verbond. Op het niveau van theologische beschouwingen kunnen we het feit niet uit de weg gaan dat een groot deel van de nazi-partij zich niet alleen afkerig toonde van het idee van een goddelijke Voorzienigheid die ingreep in menselijke aangelegenheden, maar zelfs blijk gaf van een regelrechte haat jegens God zelf. Die houding leidde logischerwijs ook tot een afwijzing van het christendom en de wens om de Kerk vernietigd te zien of op zijn minst onderworpen aan de belangen van de nazi-staat.

Het was deze extreme ideologie die de basis vormde voor de genomen maatregelen om de joden eerst uit hun huis te verdrijven en vervolgens uit te roeien. De Shoah was het werk van een door en door modern neo-heidens regime. Het antisemitisme van dit regime had zijn wortels buiten het christendom en heeft bij het nastreven van zijn doelstellingen niet geaarzeld om ook de Kerk te bestrijden en haar leden te vervolgen.

Men kan zich echter afvragen of de nazi-vervolging van de joden niet werd vergemakkelijkt door de anti-joodse vooroordelen die in het hart en de geest van sommige christenen leefden. Maakten de anti-joodse gevoelens onder christenen hen minder gevoelig of zelfs onverschillig voor de vervolgingen die door het nationaal-socialisme tegen de joden werden ondernomen toen het aan de macht kwam?

Bij ieder antwoord op deze vraag moet in aanmerking worden genomen dat we hier te maken hebben met de geschiedenis van opvattingen en denkwijzen van mensen, die aan allerlei invloeden onderhevig zijn. Bovendien waren veel mensen zich in het geheel niet bewust van de Endlösung die tegen een geheel volk werd uitgevoerd. Anderen vreesden voor zichzelf en hun dierbaren. Sommigen maakten misbruik van de situatie en weer anderen werden gedreven door afgunst. Het antwoord op de vraag dient per geval gegeven te worden. Om dat te kunnen doen, moeten we weten wat mensen in een bepaalde situatie precies bewoog.

Aanvankelijk trachtten de leiders van het Derde Rijk de joden te verdrijven. Helaas waren de regeringen van een aantal westerse landen met een christelijke traditie, waaronder enkele landen in Noord- en Zuid-Amerika, te terughoudend in de openstelling van hun grenzen voor de vervolgde joden. Hoewel zij niet konden voorzien hoe ver de nazi's in hun misdadige bedoelingen zouden gaan, waren de politieke leiders van die landen wel op de hoogte van de grote problemen en gevaren waaraan de joden die binnen de grenzen van het Derde Rijk woonden, blootstonden. Het onder die omstandigheden sluiten van de grenzen voor joodse immigranten legt, of het nu werd ingegeven door anti-joodse gevoelens van vijandigheid of wantrouwen, door politieke lafheid of kortzichtigheid of door nationale zelfzucht, een zware last op het geweten van de betreffende autoriteiten.

In de landen waar de nazi's hun massale deportaties uitvoerden, had de wreedheid waarmee deze gedwongen transporten van hulpeloze mensen gepaard ging, het ergste moeten doen vermoeden. Hebben christenen alle mogelijke hulp verleend aan hen die werden vervolgd en in het bijzonder aan de vervolgde joden?

Velen hebben dat wel gedaan, maar sommigen niet. Zij die wel alles hebben gedaan wat ze konden om het leven van joden te helpen redden en daarbij zelfs hun eigen leven op het spel zetten, mogen niet vergeten worden. Tijdens en na de oorlog hebben joodse gemeenschappen en joodse leiders hun dank betuigd voor alles wat er voor hen gedaan was, inclusief hetgeen Paus Pius XII persoonlijk of via zijn vertegenwoordigers heeft gedaan om het leven van honderdduizenden joden te redden.

Vele katholieke bisschoppen, priesters, religieuzen en leken zijn om deze reden door de staat Israël geëerd.

Toch was - dat heeft paus Johannes Paulus II ook erkend - afgezien van die moedige mannen en vrouwen, het geestelijke verzet en de concrete actie van andere christenen niet wat men van de volgelingen van Christus had mogen verwachten. Het valt niet te zeggen hoeveel christenen in landen die door de nazi's of hun bondgenoten werden bezet of overheerst, ontzet waren door het verdwijnen van hun joodse buren, maar eenvoudigweg niet sterk genoeg waren om hun protest te laten horen. Voor christenen moet deze zware gewetenslast van hun broeders en zusters uit de Tweede Wereldoorlog een oproep tot boetedoening zijn.

Wij betreuren de fouten en de nalatigheid van deze zonen en dochters van de Kerk ten diepste. We scharen ons achter de woorden van de verklaring Nostra Aetate van het Tweede Vaticaans Concilie, die in ondubbelzinnige bewoordingen stelt: "Indachtig het met de joden gemeenschappelijk erfdeel en gedreven niet door politieke overwegingen maar door godsdienstige evangelische liefde, betreurt de Kerk, die alle vervolgingen tegen wie ook verwerpt, bovendien de haat, de vervolgingen en de uitingen van antisemitisme die, wanneer en door wie ook tegen de joden zijn gericht."

We wijzen op en houden vast aan de woorden van paus Johannes Paulus II in zijn toespraak tot de joodse gemeenschap in Straatsburg in 1988: "Ik spreek hier bij u opnieuw de strengst mogelijke veroordeling uit over het antisemitisme en racisme, die in strijd zijn met de principes van het christendom."

De Katholieke Kerk wijst derhalve iedere vervolging van een volk of groep mensen, waar en wanneer dan ook, af. Ze veroordeelt alle vormen van volkerenmoord en de racistische ideologieën waaruit die voortkomen. Terugkijkend op deze eeuw zijn wij diep bedroefd over het geweld dat hele volken en landen in zijn greep gehad heeft. We wijzen in het bijzonder op de afslachting onder de Armeniërs, de talloze slachtoffers in de Oekraïne in de jaren dertig, de volkerenmoord op de zigeuners, die ook voortkwam uit racistische ideeën, en soortgelijke tragedies die zich hebben afgespeeld in Amerika, Afrika en de Balkan. Noch vergeten wij de miljoenen slachtoffers van de totalitaire ideologie in de Sovjetunie, in China, Cambodja en andere landen. Noch kunnen we het drama in het Midden-Oosten vergeten, waarvan de details bekend zijn. En ook op het moment dat wij deze beschouwing geven, "worden vele mensen nog altijd het slachtoffer van hun broeders".

Rome, 16 maart 1998

Kardinaal Edward Idris Cassidy, voorzitter

Zijne hoogwaardige excellentie Pierre Duprey, vice-voorzitter
De eerwaarde Remi Hoeckman, o.p., secretaris

donderdag 22 mei 2014

Trailer: "The Scarlet and The Black"




Het is 1943 in Rome. De Duitsers hebben de stad ingenomen en het Vaticaan zit in de moeilijke positie dat ze neutraal wil blijven, ondanks de bezetting van de stad. Hugh O’Flaherty, gespeeld door Gregory Peck, is een van de priesters die veel contacten heeft met de mensen buiten het Vaticaan en hij raakt betrokken bij de ontsnapte krijgsgevangenen, die hopen in het neutrale Vaticaan een schuilplaats te vinden.

Hugh O’Flaherty schakelt de mensen die hij kent in om die schuilplaatsen te vinden door heel Rome heen, onder het oog van de Duitsers. Maar het stopt niet bij de krijgsgevangenen. Als de Gestapo de Joodse gemeenschap in Rome opdraagt om met zoveel kilo goud op de proppen te komen om hun veiligheid te garanderen, is het Vader O’Flaherty die begint met de inzameling, waar uiteindelijk alle parochies aan meedoen. Er vormt zich een verzetsgroep bestaande uit geestelijken en burgers, die op allerlei manieren de Duitsers proberen te omzeilen.

Kolonel Kappler van de Gestapo, gespeeld door Christopher Plummer, wordt gek van Mgr. O’Flaherty, want door zijn officiële functie in het Vaticaan heeft hij diplomatieke status. Tot het uiterste getergd laat kolonel Kappler weten dat als de priester buiten het Vaticaan wordt gezien, hij zal worden neergeschoten. Dan begint een kat en muis spel, waarin O’Flaherty al zijn inventiviteit nodig heeft om Kappler te slim af te zijn, terwijl de geallieerden steeds dichterbij komen.

Misschien iets voor de Thomas-website, de website van het zogenaamde 'Katholiek Godsdienstonderwijs' in Vlaanderen...

‘The Pope’s Jews: The Vatican’s Secret Plan to Save Jews from the Nazis’

The Pope’s Jews: The Vatican’s Secret Plan to Save Jews from the Nazis’ is een boek waarin de protestantse auteur Gordon Thomas zeer gedetailleerd beschrijft hoe Paus Pius XII leiding gaf aan het oprichten van ‘safe houses’ in het Vaticaan en vele kloosters in Europa om joden te redden van de verschrikkingen van het bewind van Hitler.

Thomas kreeg lange tijd toegang tot Vaticaans archiefmateriaal. Veel van die documenten zijn niet eerder gepubliceerd. Daarnaast sprak de auteur met  slachtoffers, priesters en nabestaanden die hun verhaal voor het eerst vertellen.

Tijdens en direct na de oorlog werd de paus beschouwd als een vriend van de joden. Joodse leiders – zoals de opperrabbijn van Jeruzalem in 1944 – zei dat het volk van Israël nooit zou vergeten wat Pius XII ‘deed voor onze ongelukkige broeders en zusters op de meest tragische uren’. Joodse kranten in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten echode die lof. Hitler zelf brandmerkte Paus Pius XII als ‘Paus van de joden’.

Het beeld dat mensen van Pius XII hadden, keerde in de jaren 1960 onder invloed van onder meer een Duitse toneelstuk van Rolf Hochhuth. In het toneelstuk Der Stellvertreter wordt het fictieve verhaal vertelt dat de paus niets deed aan de jodenvervolging. Eén van de aannames in het stuk is dat Hitler de invloed van de paus vreesde. Een uitspraak van Pius XII tegen de vervolging van de joden zou Hitler kunnen dwingen om deze stop te zetten.

Het toneelstuk werd opgevoerd in verschillende Europese hoofdsteden. In Israel werd Der Stellvertreter verboden omdat ze niet accepteerden dat de paus werd beledigd. Talrijke joodse organisaties hadden hun grote dankbaarheid uitgesproken voor het redden van veel joodse levens. Ook de publicatie van John Cornwell, Hitler’s pope’ (1999), verscheen waardoor de publieke opinie verder tegen deze paus keerde. Cornwell herzag zijn mening trouwens in 2004.

Thomas wil dit beeld rechtzetten. Al voor de oorlog schreef Pius XII bijvoorbeeld uitgebreid mee aan de encycliek van zijn voorganger, Mit Brennende Sorge, die een veroordeling inhield van het radicale beleid van Adolf Hitler.

Thomas toont tevens aan dat priesters instructies uit Rome kregen om doopbewijzen te geven aan ondergedoken joden. Meer dan 2.000 joden in Hongarije konden zo als katholieken de oorlog overleven. Een netwerk van katholieken bracht vele Duitse joden in veiligheid naar Rome. Paus Pius XII benoemde een priester die de bevoegdheid kreeg om voedsel, kleding en medicijnen te verstrekken. Zo konden vierduizend joden onderduiken in kloosters in heel Italië.

Ronald Rychlak, auteur van Hitler, the War and the Pope, zegt in een reactie: ‘Gordon Thomas heeft primaire bronnen gebruikt. Hij heeft familieleden opgespoord, originele documentatie en vastgesteld wat de algemene mening was voor de jaren 60. Hij bewijst met zijn boek dat mensen rond de oorlog dus allemaal wisten: paus Pius XII kwam sterk op voor de slachtoffers van de Holocaust’.

De Vaticaanse historicus William Doino beschrijft het onderzoek van Thomas als “uniek en baanbrekend”. Hij spreekt over nieuwe inzichten die door het boek ontstaan. Zoals bijvoorbeeld over het verhaal van de Ierse priester Hugh O’Flaherty: “Iedereen heeft O’Flaherty altijd geprezen, omdat hij joden en ontsnapte krijgsgevangenen hielp. De aanname was dat hij op eigen houtje handelde. Gordon Thomas sprak uitgebreid met de familie van O’Flaherty. Hij mocht privécorrespondentie inzien, waaruit een nauwe samenwerking met Paus Pius XII bleek.

Het boek The Pope’s jews vertelt ook het verhaal van Vittorio Sacerdoti, een jonge joodse arts die in een Vaticaans ziekenhuis een fictieve dodelijke ziekte bedacht om Duitsers buiten de deuren te houden. Tientallen patiënten werden geleerd om overtuigend te hoesten. Thomas sprak met het nichtje van Sacerdoti. Zij was als kind één van de patiënten van Sacerdoti.

Bron: The Pope's Jews

Link:

http://en.wikipedia.org/wiki/The_Pope%27s_Jews


Misschien iets voor de Thomas-website, de website van het zogenaamde 'Katholiek Godsdienstonderwijs' in Vlaanderen... 

woensdag 21 mei 2014

Thomas, de website van het zogenaamde 'Katholiek Godsdienstonderwijs' in Vlaanderen, over de film 'Amen': over Paus Pius XII en zijn rol bij de Jodenvervolgingen (WO II)

Sinds 27 februari [2002] loopt in België de film 'Amen' van de Griekse regisseur Constantin Costa-Gavras. Deze film, die in Berlijn meedong naar de Gouden Beer op het filmfestival begin dit jaar, zorgde meteen voor heel wat opschudding.

De regisseur baseerde zich hiervoor immers op een toneelstuk van Rolf hochhuth, 'Der Stellvertreter' (de plaatsvervanger), een stuk uit de vroege jaren zestig dat door historici allang werd achterhaald. Het belette Costa-Gavras alleszins niet om het als zijn uitgangspunt te zien en daarbij alle historisch onderzoek van de laatste veertig jaar aan zijn laars te lappen. Sommigen zien in deze film dan ook een strategische zet om de zaligverklaring van Pius XII - waarrond al heel wat te doen is geweest - te dwarsbomen.

Link:

http://www.kuleuven.be/thomas/page/de-film-amen/








 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

4. Goldhagens foutieve afrekening


Leon Klenicki, Didier Pollefeyt & Wim Smit
25/10/2002

Nadat hij in Hitlers gewillige beulen het Duitse volk in zijn geheel op haast inquisitoriale toon met de vinger had gewezen voor de holocaust [In principe kan men 'het volk' niet verantwoordelijk houden voor de daden van de politici! Politici beloven het één en doen het andere!], stort Daniel Goldhagen zich nu met Een morele afrekening (DS 17 en 24 oktober) vol overgave en op dezelfde generaliserende wijze op de rol van de Katholieke Kerk in de uitroeiing van het joodse volk in WO II. En hij doet dit niet aan de hand van archiefonderzoek, wel op basis van selectieve secundaire literatuur.

In de geschiedenis van het christendom neemt de jodenhaat onmiskenbaar een belangrijke plaats in [Is dat zo? Wat wordt met 'jodenhaat' bedoeld?]. Vele oude anti-joodse theologische ideeën, verschillende negatieve mythen en daaruit voortvloeiend misprijzen en vervolging van joden, ontsieren de geschiedenis van de Kerk [Voorbeelden graag!]. Die feiten trekt niemand in twijfel [Welke feiten? Zijn politieke beslissingen onderdeel van hét Christendom? De aanval van Obama op Libië bijvoorbeeld, was die 'christelijk' geïnspireerd? Het is niet omdat een land in meerderheid 'christelijk' is, dat de politici dat ook zijn. Is John Kerry bijvoorbeeld katholiek?].

Maar of je, zoals Goldhagen doet, op grond hiervan een directe lijn kunt trekken van de anti-joodse elementen in de eerste eeuwen van het christendom tot in het concentratie- en vernietigingskamp van Auschwitz in de twintigste eeuw, is heel wat anders. [In de 'eerste eeuwen' werden de Christenen door de joden vervolgd! Saulus etc...]

De overweging dat onder de nazi's niet enkel joden, maar -- in mindere mate -- ook zigeuners, Jehova's getuigen, Polen, Russen en geestelijk gestoorden werden vervolgd en vernietigd, leidt tot een meer genuanceerde conclusie: wezenlijke voorwaarden voor de holocaust zijn niet in de lange geschiedenis van de traditionele christelijke jodenhaat [Dat kan tellen als uitspraak! Hebben onze Leuvense 'geleerden' de Talmoed al eens gelezen?] te vinden. Denk maar aan de rol van de moderne technologie en de moderne rassentheorieën [Sociaal Darwinisme]. Let wel, zonder het sociaal en theologisch anti-judaïsme van het christendom kan men de holocaust niet begrijpen [Nog maar eens! Dit is anti-christelijke haat!]. Maar door de holocaust exclusief [!] vanuit het perspectief van de christelijke jodenhaat te bekijken evenmin.

We wijzen daarom zowel op continuïteit als discontinuïteit tussen christelijke anti-judaïsme en nazi-antisemitisme. De gifplant van het nazi-antisemitisme in Duitsland had nooit wortel kunnen schieten zonder de vruchtbare bodem die ervoor was voorbereid door het christelijk anti-judaïsme (continuïteit) [Werkelijk een schandalige uitspraak!].

Hitler sprak in het Duitse volk zeker de oude christelijke gevoelens van jodenhaat aan. Maar hij was geen middeleeuwse christelijke jodenhater in een modern kleedje. Waar jodenhaat bij christenen gericht was/is op bekering van joden, was jodenhaat tijdens het nazisme uitdrukkelijk gericht op vernietiging. [Het is absurd om te beweren, dat Hitler met dergelijke praat in de vroege jaren '30 naar de kiezer trok. Als of hij het volk zou aanspreken op "de oude christelijke gevoelens van jodenhaat". Duitsland was een economische puinhoop, had de oorlog verloren en wilde gewoon een 'sterke man' die orde op zake kwam stellen. Van vernietiging van de joden was in 1932-1933 absoluut geen sprake.]

In 1932 behaalde Hitler bij één van de vele verkiezingen dat jaar het grootste aantal zetels in het parlement (230), in augustus, hoewel Hitler bij de presidentsverkiezingen geen meerderheid van stemmen behaalde. Maar ook de communisten behaalden een groot aantal zetels. Er zou in theorie een meerderheidskabinet gevormd kunnen worden door of de nazi's of de communisten. Deelname aan de regering door één van beiden werd echter door rijkspresident Von Hindenburg verhinderd die van beide kampen niets moest hebben. Bovendien wilde Hitler alleen deelnemen aan een kabinet als hijzelf hierin regeringsleider (rijkskanselier) werd.

In november werden opnieuw verkiezingen gehouden, waarbij de nazi's terugvielen van 230 naar 196 zetels.

Maar, mede op aandringen van de conservatieve politicus Franz von Papen, die verzekerde dat dankzij de meerderheid van conservatieven en katholieken in het nieuwe kabinet, Hitler kort gehouden kon worden, werd Hitler in januari 1933 ten slotte door de toenmalige rijkspresident van de Weimarrepubliek, Paul von Hindenburg, met tegenzin benoemd tot Rijkskanselier.

In 1939 werden alle erebenoemingen van von Papen bij de Heilige Stoel afgenomen door Paus Pius XII.

De Paus, die als Vaticaans diplomaat nog samen met von Papen meegewerkt had aan de realisatie van het Concordaat van Rome, zag hem nu als een gecompromitteerde katholiek die bij zijn medewerking aan het naziregime te ver was gegaan. Ondanks de druk van Duitse zijde in 1940 om von Papen opnieuw te benoemen, weigerde Pius XII.


De Leuvense professoren vervolgen hun erbarmelijke betoog:

Christenen ontzegden joden het recht om jood te zijn (religieus) [Dit klopt niet! Waarom waren er dan zoveel joden, bijvoorbeeld in Rome???], en dit uitte zich ook in geweld, zoals blijkt uit pogroms en de kruistochten [Graag exacte feiten en cijfers! Geen algemene dooddoeners! Het geweld betreft vooral lokale uitbarstingen van geweld door het gepeupel die veelal door socio-economische omstandigheden verklaard kunnen worden. Zeer zelden betreft het religieuze motieven. Veelal betreft het een gering aantal slachtoffers, veelal in een stedelijke context, maar zowel geografisch als chronologisch geïsoleerd. Veelal werd na dergelijke rellen streng opgetreden door de lokale burgerlijke overheden. Met 'de kruistochten' wordt hier de Eerste Kruistocht bedoeld waar er inderdaad geweld is gebruikt tegen joden in het Rijnland (1096). Toch werden de joden beschermd door Christenen, die ze in hun huizen opnamen, en door de Bisschoppen van Mainz, Speyer en Worms. De Kerk heeft dergelijke lynchpartijen altijd streng veroordeeld. De Kruistochten linken met feiten die 1.000 jaar later gebeurden, is totaal absurd!].

Maar de nazi's ontnamen joden, op een door de staat georganiseerde manier, het recht op leven (biologisch). En dat is ontegensprekelijk een pervertering van het christendom. [Wat is dit nu voor onzin. De door de Nazi-staat georganiseerde vernietiging van de joden is "een pervertering van het christendom". Wat hebben de Nazi's met hét Christendom te maken??? Nazi's hingen een neo-heidense, luciferiaanse ideologie aan die op de theorieën van Nietzsche etc. gebaseerd waren. De Übermensch en dies meer! Het is toch niet ernstig om de Nazi-ideologie te linken aan het Christendom dat totaal het tegenovergestelde predikt!]

Het christendom identificeren met raciale jodenhaat is daarom historisch en theologisch onjuist [Wel inderdaad. Doe het dan ook niet! Leerlingen uit het middelbaar kunnen deze informatie niet plaatsen! Het enige wat blijft hangen is, dat het bijna immoreel is om Christen te zijn, terwijl net de Christenen de enigen zijn die de Nazi's bestreden hebben en dat terwijl de Christenen ook nog eens de grootste slachtoffers van de Nazi's waren!].

Het christendom is met zijn religieus anti-judaïsme geen voldoende voorwaarde om het raciaal anti-semitisme van de holocaust te verklaren [Nogmaals, de vervolging van de joden door de Nazi's was puur om politieke redenen! Net zoals de vervolging van de Katholieken door de Nazi's. De Katholieken werden natuurlijk vervolgd omdat zij politiek de Nazi's bestreden. Zij deden dat vanuit hun Geloof. Echter, de Nazi's waren an sich niet geïnteresseerd in het Katholieke Geloof, wel in het politieke verzet dat er uit voortkwam!]. Meer nog, de Kerk heeft zich altijd verzet tegen rassentheorieën [Moet dat niet de boodschap zijn in een Katholieke godsdienstles?].

Goldhagen kent dit argument, maar veegt het aan de kant alsof het een banaal verschil betreft. "De tien procent die beide vormen van jodenhaat van elkaar verschilden", zo schrijft hij, "maken voor de anti-semitische aanhangers weinig verschil." [Wel, als Goldhagen dan ongelijk heeft, waarom moet zijn foute visie dan in de Katholieke godsdienstles behandeld worden?]

"De massamoord was een 'logisch' politiek gevolg van de jodenhaat die de Kerk verspreid heeft." [Dit is gewoon nonsens! Dit is anti-katholieke haat!] Hiertegen moet ingebracht worden dat de nazi's ook de centrale christelijke waarden met voeten traden en gedoopte heidenen waren, eerder dan christenen. Net zoals Hitler het volksnationalisme tot een spookbeeld maakte, perverteerde hij ook het christendom. [Wat hebben Nazi's met het Christendom te maken? Wat heeft Hitler met het Christendom te maken?]

Ingaan op alle tekortkomingen en historische verdraaiingen in Goldhagens boek, zou een nieuw boek vragen. Hij is er op zijn provocerende wijze wel weer in geslaagd het onderwerp onder de aandacht te brengen. Dat mag: een nieuwe golf van onderzoek naar dit thema is noodzakelijk [Neen! Alles is reeds geweten! Alleen wil men nog steeds niet de waarheid vertellen en wordt het Christelijke lijden onder de Nazi's doodgezwegen!].

Zijn boek toont aan hoe de discussie over de rol van de Kerk tijdens WO II vaak in verdedigende termen wordt gevoerd. In het Vaticaanse document We Remember. A Reflection on the Shoah (1998) gebruikt de Katholieke Kerk een sterk onderscheid tussen christelijk anti-judaïsme en nazi-antisemitisme om de Kerk vrij te pleiten van schuld en om de wortels van de nazistische jodenhaat buiten het christendom te situeren. [Dit is ook de enig correcte interpretatie! Als de Kerk zegt: "Gij zult niet doden!", dan is dat toch klaar en duidelijk! Vier woorden maar...]

Goldhagen bezondigt zich aan precies de omgekeerde fout door een té simplistische causale lijn te trekken tussen beide fenomenen. Beide posities roepen elkaar op en versterken elkaar. Ze staan een genuanceerde kijk op de zaak in de weg. De geschiedenis is altijd complexer dan de schema's die we er proberen aan op te dringen. [Goldhagen provoceert, dat is alles!]

De dialoog tussen joden en christenen wordt het best geholpen als christenen elkaar in de eerste plaats wijzen op de historische continuïteit, en joden onderling ook openstaan voor de historische discontinuïteit tussen christelijk anti-judaïsme en nazi-antisemitisme (in plaats van omgekeerd).

[Het is juist de atheïstische vrijmetselarij, zowel aan 'christelijke' kant (bijvoorbeeld een Dirk Verhofstadt) als aan 'joodse' kant (een Daniel Goldhagen) die die dialoog, of beter nog de vreedzame coëxistentie, probeert te saboteren. Deze atheïsten zint het niet, dat op ethisch vlak zowel het Katholicisme als het Orthodoxe-Jodendom, identiek hetzelfde predikt. Abortus, euthanasie en 'homo-huwelijk' worden zowel door Katholieken en Orthodoxe Joden én Moslims sterk veroordeeld. Het is dat wat de atheïstische vrijmetselaars niet zint en daarom proberen ze onrust te stoken tussen Christenen, Joden en Moslims. "Verdeel en heers!" is hun devies. Ook de faculteit Theologie van de KULeuven speelt hierin een zeer dubbelzinnige rol.]

Hoewel dit de joden nooit kan doen vergeten dat het christelijk anti-judaïsme de atmosfeer creëerde waarin het anti-semitisme kon gedijen (zoals Johannes Paulus II in 1998 stelde) [Anti-semitisme wordt pas écht gevaarlijk wanneer het om politieke redenen de officiële ideologie van een staat wordt.].

Alleen zo kunnen christenen recht doen aan de slachtoffers van de Shoah en de schuld voor het verleden omzetten in verantwoordelijkheid voor de toekomst [Men kan de Christenen niet collectief verantwoordelijk stellen, voor de wandaden van het Nazisme! Net zomin als de Christenen in België verantwoordelijk zouden zijn voor de abortus-wet, de euthanasie-wetten of de homo-huwelijk-wet! Dat alles is het werk van niet-christelijke politici!].

In die zin zou elke vorm van anti-semitisme meteen ten stelligste veroordeeld moeten worden door de Katholieke Kerk [Hetgeen al vaak gebeurd is!]. In dezelfde lijn zullen christenen daarom de vraag moeten ondersteunen, zoals de Duitse kardinaal Lehmann onlangs nog heeft gedaan, om de Vaticaanse archieven zonder voorbehoud open te stellen voor historici, zodat de volledige waarheid op dit vlak aan het licht kan komen [Dit is een compleet belachelijke vraag! Wie de volledige waarheid wil kennen, kan ze nu al overal vinden!].

Joden kunnen bijdragen tot de dialoog door ook te wijzen op de discontinuïteit tussen christendom en nazi-antisemitisme. Op die manier dagen joden christenen uit om af te zien van de aloude jodenhaat, omdat die in tegenspraak is met hun eigen in het jodendom gewortelde christelijke traditie [Men moet mij eens hedendaagse voorbeelden geven van 'christelijke jodenhaat'! Dergelijke insinuaties zijn ronduit beledigend voor Christenen. Men kan toch moeilijk mensen, die toen nog niet geboren waren, gaan verantwoordelijk gaan stellen voor feiten uit het verleden!].

Dan ontvouwt zich een ruimte voor dialoog en ontmoeting, die recht doet aan de slachtoffers van gisteren en die joden en christenen elkaar de hand doet reiken. Vooral in een wereld waarin jodenhaat opnieuw op verontrustende wijze de kop opsteekt [Door wie? Zijn de Christenen nu plotseling ook al verantwoordelijk voor de jodenhaat bij Moslims? Waarschijnlijk zal het ook wel weer aan de kruistochten liggen!], zowel in Europa als in de Verenigde Staten, is dit van nauwelijks te onderschatten belang. [Noem een kat een kat of zwijg anders!]

Rabbijn Leon Klenicki is Visiting professor aan de Faculteit Godgeleerdheid, K.U.Leuven; Didier Pollefeyt is hoofddocent aan de Faculteit Godgeleerdheid, K.U.Leuven; Wim Smit is onderzoeker aan het F.W.O.-Vlaanderen, Faculteit Godgeleerdheid, K.U.Leuven

Een Gestapo-ondervrager stelde Titus Brandsma de volgende vraag: "Waarom verzet uw Kerk zich tegen de Nationaal Socialistische Beweging?"




Titus Brandsma (geboren Anno Sjoerd Brandsma te Oegeklooster bij Bolsward, 23 februari 1881 – Dachau, 26 juli 1942) was een Nederlandse Karmelietenpater, hoogleraar en publicist uit Friesland. In de Tweede Wereldoorlog verzette hij zich tegen Duitse maatregelen. Hij vond in het concentratiekamp Dachau de dood, in 1985 werd hij als martelaar door de Rooms-Katholieke Kerk zalig verklaard.

Tijdens de opkomst van het nationaalsocialisme in Duitsland, is Titus Brandsma in de jaren `30 op de gebieden van het Katholiek onderwijs en de Katholieke pers een naaste medewerker van Aartsbisschop de Jong geworden. Na mei 1940 krijgt hij in deze hoedanigheid eerst te maken met ondermijnende maatregelen van de Duitse bezetter die gericht zijn tegen het Katholiek onderwijs. Er volgen kortingen op salarissen van religieuzen waardoor scholen in hun bestaan worden bedreigd. Dan volgt ook de opdracht om joodse kinderen de toegang tot de scholen te ontzeggen. Vanuit zijn functie als voorzitter van de Bond voor Hoger en Middelbaar onderwijs leidt hij het verzet tegen dit onderwijsbeleid.

Bij de R.-K. Journalistenvereniging is Titus sinds 1935 betrokken als geestelijk adviseur. In die functie reist hij in 1941 langs de redacties en directies van de Katholieke dagbladen om het standpunt van de bisschoppen mee te delen dat NSB-advertenties en -artikelen niet in overeenstemming zijn te brengen met een Katholieke signatuur. Deze behoren in het vervolg te worden geweigerd.

Het antwoord van de Duitse bezetter laat niet lang op zich wachten. Maandag 19 januari 1942 wordt Titus Brandsma door de Gestapo gearresteerd op verdenking van sabotage en samenzwering en naar de gevangenis van Scheveningen gebracht. Daar wordt hij enige weken ondervraagd op het bureau van de Sicherheitsdienst op het Binnenhof in den Haag. In deze periode schrijft hij het geschrift 'Mijn Cel, dagorde van een gevangene' en op last van de Gestapo een verweerschrift over de vraag: 'Waarom het Nederlandse volk en met name het Katholieke volksdeel zich verzet tegen de Nationaal Socialistische Beweging?'

Na enige weken, op 12 maart, wordt Titus naar het doorgangskamp Amersfoort gebracht, waar honger is en mishandelingen aan de orde van de dag zijn. Hieraan lijdt het zwakke gestel van Titus ernstig. Op 28 april vertrekt hij dan ook verzwakt uit Amersfoort. Via een kort verblijf in Scheveningen gaat hij verder op transport naar de strafgevangenis in Kleef, om na enige weken naar het concentratiekamp Dachau te worden vervoerd. Hier wordt Titus stelselmatig ernstig mishandeld. Net als in de andere gevangenissen laat hij bij mensen echter een onuitwisbare indruk van Godsbetrokkenheid en goedheid achter.

Op 19 juli wordt Titus opgenomen in het Revier van het concentratiekamp Dachau. Een anonieme bron meldt dat er experimenten op hem zijn uitgevoerd: ‘Hij is vernederd en onteerd’. Na enige dagen raakt Titus Brandsma bewusteloos en wordt met een dodelijke injectie ‘abgespritzt’ op 26 juli 1942.

dinsdag 20 mei 2014

Thomas, de website van het zogenaamde 'Katholiek Godsdienstonderwijs' in Vlaanderen, over de film 'Amen': over Paus Pius XII en zijn rol bij de Jodenvervolgingen (WO II)

"Sinds 27 februari [2002] loopt in België de film 'Amen' van de Griekse regisseur Constantin Costa-Gavras. Deze film, die in Berlijn meedong naar de Gouden Beer op het filmfestival begin dit jaar, zorgde meteen voor heel wat opschudding." 

"De regisseur baseerde zich hiervoor immers op een toneelstuk van Rolf Hochhuth, 'Der Stellvertreter' (De Plaatsvervanger), een stuk uit de vroege jaren zestig dat door historici allang werd achterhaald. Het belette Costa-Gavras alleszins niet om het als zijn uitgangspunt te zien en daarbij alle historisch onderzoek van de laatste veertig jaar aan zijn laars te lappen. Sommigen zien in deze film dan ook een strategische zet om de zaligverklaring van Pius XII - waarrond al heel wat te doen is geweest - te dwarsbomen."

Link:

http://www.kuleuven.be/thomas/page/de-film-amen/













 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

 

 

 

 

We ['Thomas'] citeren in dit verband de Leuvense theoloog Didier Pollefeyt:


"De holocaust kan niet zonder meer rechtstreeks uit de christelijke jodenhaat verklaard worden.

[Dit is op zijn zachtst gezegd, toch wel een krasse uitspraak. De holocaust kan dus vanuit de christelijke jodenhaat verklaard worden, zij het niet rechtstreeks. Dit is volgens mij anti-christelijke hate-speech! Men zou toch op zijn minst kunnen verwachten, dat deze bewering op één of andere manier met enkele argumenten gestaafd zou worden. Maar, dat gebeurt dus niet. Toch wel zeer onvoorzichtig en onverantwoord, aangezien men deze redeneringen zo maar aan de leerlingen uit het middelbaar voorlegt. Theologisch zijn de heren daar aan de Theologische Faculteit van de KUL zeer middelmatig. Als amateur-historici vallen ze helemaal door de mand.]

Het is pas wanneer 'de jood' een biologische (in plaats van religieuze) identiteit werd ['De jood' is géén biologische identiteit. 'Joden' zijn multi-etnisch. Wat is trouwens een 'biologische identiteit'?] dat 'bekering' per definitie onmogelijk werd [Wie ging de joden bekeren? De Nazi's?] en genocide als de enige 'finale oplossing' voor het jodenvraagstuk zal worden omschreven [Wat is de 'finale oplossing'? Voor wie de 'finale oplossing'? Wat is het 'jodenvraagstuk'? Geen enkele kadering. Geen enkele definiëring van de termen. Dit is wetenschappelijk amateurisme!].

Het kan nuttig zijn op dit punt te verwijzen naar de joodse historicus Hilberg (R. HILBERG, The Destruction of the European Jews, New York, Holmes & Meier, 1985, 3 volumes), die in de ontwikkeling van het (theologisch en economisch) anti-judaïsme al over het (racistisch) antisemitisme naar de judeocide (de genocide op de joden) zowel historische continuïteit als discontinuïteit ziet [Dit gaan de leerlingen uit het middelbaar zomaar begrijpen?].

De christenen beweerden volgens hem in essentie: 'jullie hebben geen recht om onder ons te leven als joden' (oplossing: bekering). [Dit zijn toch pure leugens! Wie zijn 'dé christenen'? Is dat dé Kerk? Is dat dé 'christelijke' staat? Waar gaat dit over? Waar hebben 'dé christenen' als collectief ooit gezegd, dat de joden "géén recht zouden hebben om onder ons te leven als joden"? Waarom waren er na 2.000 Christendom in Europa dan zoveel joden? Waarom was er dan zelfs in Rome een grote aanwezigheid van joden? Blijkbaar hebben de pausen hen dan toch nooit willen bekeren. Blijkbaar konden de joden in Rome, zonder al te grote problemen, jood zijn...]

Hun geseculariseerde nakomelingen [De atheïsten dus?] meenden: 'jullie hebben geen recht om onder ons te leven' (oplossing: uitdrijving, zoals gebeurde in Spanje en Portugal).

[De grote Leuvense theoloog, Professor Doctor Didier Pollefeyt, Vice-rector van de Katholieke Universiteit Leuven, slaat hier toch gewoon de reinste onzin uit zijn nek!

Zij, die de uitdrijving van de joden uit Spanje hebben georganiseerd, namelijk de Katholieke Koningen, kunnen toch moeilijk als 'geseculariseerde nakomelingen' van 'dé christenen' beschouwd worden. Wat is me dat voor praat!

De uitdrijving van de joden is een louter gevolg van de Reconquista in Spanje.

Na de val van Granada werd op 31 maart 1492 door de Reyes Católicos met het 'Edict van Verbanning' de gedwongen bekering (of resp. emigratie) van alle joden in Spanje afgekondigd. Echter niet vanuit antisemitisch sentiment. Door de verovering van het laatste Moorse vorstendom op Spaanse bodem was voor de machtige Spaanse koningen het bewijs, dat Spanje door God uitverkoren was om de geschiedenis te vernieuwen. Spanje moest en zou christelijk worden.

Dit is dus géén kerkelijke, maar wél een politieke beslissing!

Er zouden zo een 40.000 van de in totaal 80.000 in Spanje levende joden geëmigreerd zijn. De joden die in het Koninkrijk Castilië woonden, emigreerden voornamelijk naar Portugal en Marokko. De joden uit het Koninkrijk Aragón vooral naar christelijke buurlanden, voornamelijk Italië. Daar was dus blijkbaar géén sprake van 'christelijke jodenhaat'!

De uitdrijving van de joden uit Spanje is dus een politieke beslissing, genomen door de Spaanse overheid en had helemaal geen kerkrechtelijke achtergrond.

Het is ronduit absurd om te beweren dat de Reconquista in Spanje de oorzaak van de Holocaust geweest zou zijn. Alsof de Duitsers tijdens de crisis van de jaren '30 wakker zouden liggen van de Reconquista in Spanje, 500 jaar eerder!

In deze context willen we toch verwijzen naar de Katholieken-haat ten tijde van de Republiek in Nederland. Eén van de eerste antipapistische incidenten in Nederland was het doden van de Martelaren van Gorcum door de geuzen in 1572. Na 1648 werd in de gehele Republiek der Verenigde Nederlanden de Katholieke eredienst verboden. De Katholieken moesten hun kerken afstaan en kwamen niet meer in aanmerking voor de meeste ambten, maar missen in schuilkerken werden gedoogd. Pas in 1795 kregen de Katholieken gelijke rechten. Een uitbarsting van antipapisme vond nog plaats gedurende de 'Aprilbeweging' van 1853. Als een laatste oprisping van Katholieken-haat in Nederland kan de 'Nacht van Kersten' uit 1925 beschouwd worden.

Ook verwijzen we naar de Katholieken-haat in het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Daar is de verhouding tussen protestanten en Katholieken ingewikkeld omdat de meeste Katholieken van Ierse afkomst zijn en tot de armere klassen behoren. Sommige protestanten in Noord-Ierland voelen ook een zodanige haat tegen het katholieke volksdeel als geheel dat de term 'haat' hiervoor eigenlijk te zwak is.

Ook verwijzen we naar de Ierse hongersnood (1845-1850), die kunstmatig door de protestanten werd gecreëerd. De Engelse adel joeg de niet-betalende boeren van hun land, of verschafte geld voor de overtocht naar de Verenigde Staten. Deze overtocht, vaak met ongeschikte schepen (de Coffin ships), was ook niet zonder risico. Zo'n 10 tot 20% van de emigranten overleefden de tocht niet. Waar de bevolking van Ierland in 1840 8 miljoen mensen bedroeg, was deze in het begin van de 20e eeuw rond de 3,5 miljoen door de directe en indirecte gevolgen van de aardappelhongersnood. We praten hier over 5 miljoen Katholieken die verdreven werden of de hongerdood stierven!

Natuurlijk hebben de theologen in Leuven ook nog nooit van de Kulturkampf in Duitsland gehoord!

De Kulturkampf was de strijd die de overheid van het pas opgerichte Duitse Rijk onder Otto von Bismarck van 1872 tot 1879 voerde tegen de Katholieke Kerk (voornamelijk in Pruisen, in mindere mate ook in Baden, Hessen-Darmstadt en Saksen).

De protestantse Bismarck, die afkomstig uit Pruisen was, wantrouwde de katholieke Centrumpartij die onder leiding van Ludwig Windthorst stond en vond deze partij een onnationale partij.

Bismarck, vreesde dat katholieken samen zouden spannen met Franse en Oostenrijkse katholieken in een supranationale organisatie. Samen met politici uit liberale kringen was hij tevens gekant tegen het Eerste Vaticaans Concilie (1869-1870), waarop het dogma over de pauselijke onfeilbaarheid werd geformuleerd in de constitutie Pastor Aeternus. Om deze redenen wilden ze de invloed van de Katholieke Kerk fnuiken en startten ze een reeks antiklerikale maatregelen.


De Kulturkampf was in Bismarcks ogen een "preventieve oorlog tegen een interne vijand".

De eerste maatregel ging van start in 1871 toen de katholieke afdeling van het Pruisische ministerie van Eredienst werd opgeheven. In 1873 werd het katholieken verboden om voor de Kerk te trouwen. Alleen het burgerlijke huwelijk gold als geldig voor de wet. Ook werden weerspannige priesters en bisschoppen gevangengenomen of het land uitgezet. In juli 1872 werden de jezuïeten uit Pruisen verbannen. Later werden ook andere kloosterorden opgeheven en eveneens het land uitgezet. In 1873 werden de Mei-wetten uitgevaardigd, hetgeen een hoogtepunt in de strijd tegen de Katholieke Kerk betekende. Kandidaat-priesters werden verplicht om voor een periode van ten minste drie jaar aan een Duitse universiteit te studeren. In 1874 was het Pruisisch gezantschap bij de H. Stoel opgeheven. De politieke leiders (vooral Windthorst) en de kerkleiders (vooral het episcopaat, met voorop Mgr. Ledóchowski van Posen-Gnesen en Mgr. Melchers van Keulen) boden veel weerstand tegen Bismarcks maatregelen, maar Bismarck sloeg hard terug met boetes, gevangenisstraffen en ontheffing van het geestelijk ambt. In 1877 waren er van de twaalf bisschopszetels in Pruisen nog slechts vier bezet. In 1875 escaleerde de Kulturkampf nogmaals toen paus Pius IX, die een rechtlijnige koers voer, de anti-katholieke wetten van Bismarck ongeldig verklaarde en niet bindend voor de Duitse katholieken. Bismarck had aangekondigd dat hij deze strijd tot het bittere eind zou aanhouden ("Wij gaan niet naar Canossa!") maar moest ervaren dat men in politieke kringen vond dat hij te ver ging. 


De grote pest was hier het nationalisme van Bismarck.

Later zou Hitler het nog eens overdoen!


In zijn onwetendheid gaat Didier Pollefeyt verder:

De (antichristelijke) nazi's tenslotte decreteerden: 'jullie hebben geen recht om te leven' (oplossing: vernietiging). In die zin kunnen we zeggen dat de christelijk jodenhaat wel een noodzakelijke, maar niet de voldoende voorwaarde was voor de creatie van de nazi-genocide. [Dit is waarlijk een schandalige uitspraak van Didier Pollefeyt! De nazi-genocide was puur politiek geïnspireerd en had niets met religie te maken!]

Het nazi-antisemitisme kaderde binnen de veel ruimere, eugenetische bekommernissen van de nazi's. (G.M. KREN, The Holocaust: Some Unresolved Issues, in Annals of Scholarship 3(2)(1985)39-61, p. 45).

[Het is inderdaad daar waar ze het moeten zoeken. Criminelen zoals Thomas Malthus, Charles Darwin,  Thomas Henry Huxley, Herbert Spencer, Francis Galton, Friedrich Nietzsche en Ernst Haeckel zijn verantwoordelijk voor wat men noemt 'Sociaal Darwinisme' met zijn eugenetica. Iedereen die niet economisch productief is, wordt uitgeroeid. Een tendens die we dezer dagen ook weer de kop zien opsteken in de vorm van met abortus, euthanasie etc.]

De grotere invloed van dit bredere 'biocratische' kader ('de sterkste heeft de meeste rechten') [Darwin! Nietzsche!] blijkt ook uit de nazistische vernietiging van Duitse (!) burgers met mentale afwijkingen, het ontvoeren van kinderen met zogenaamde wenselijke raciale kenmerken en het project Lebensborn. Dit zijn slechts enkele aanduidingen dat de uitroeiing van de joden niet al te snel mag geïnterpreteerd worden als een louter kwantitatieve uitbreiding van de traditionele jodenhaat.

Deze extrapolatie kan niet verklaren hoe niet alleen joden, maar ook zigeuners, Jehova's Getuigen, Polen, Russen, geestelijk gestoorden, enzovoort [én Katholieken! Waarom wordt dit verzwegen?] slachtoffer zijn geweest van de nazi's, ook al was er hier geen sprake van dezelfde omvang en intensiteit van vervolging.

Ook dit is weer erg kort door de bocht.

Gelukkig zijn de Joodse bronnen eerlijker dan onze 'katholieke' geleerden.

Traditioneel spreekt men van 11 miljoen Holocaust doden.

Van deze 11 miljoen zijn 5 miljoen niet-joodse Holocaust-doden.


Link:

http://www.jewishvirtuallibrary.org/jsource/Holocaust/NonJewishVictims.html

 

Echter, de cijfers zijn nog hallucinanter.

Het totaal aantal doden tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt geschat tussen de 60 en 85 miljoen mensen.
 

Militaire doden: 30 miljoen
 

Civiele doden: 55 miljoen

Link:

http://en.wikipedia.org/wiki/World_War_II_casualties

En hoofdzakelijk Christenen!

Deze overwegingen laten toe te concluderen dat een wezenlijke voorwaarde voor de holocaust niet in de lange geschiedenis van de traditionele jodenhaat kan gelegen zijn en dat het antisemitisme de meest in het oog springende en sterkst op onze historische gevoeligheid appellerende vorm van racistisch nazi-geweld is."

Wat is het nu? "De lange geschiedenis van de traditionele jodenhaat kan geen wezenlijke voorwaarde zijn" terwijl "het antisemitisme" dat wél is? Het antisemitisme van wie? Van de Nazi's?

Het is duidelijk dat Didier Pollefeyt er een rommeltje van maakt!

Over de vervolging van de Katholieke Kerk en de Priesters van Dachau

The Persecution of the Catholic Church and the Priests of Dachau

By now every school child can cite verbatim about the Jewish Holocaust of six and one half million souls by the Nazis during World War II, but there is another Holocaust of greater numbers, that of the persecution of the Roman Catholic Church by Hitler and the murder or imprisonment of other minorities: this other persecution, excluding the Gypsies, was not based exclusively on race, although the Poles, who were exterminated in the camps were considered racially inferior, but derived from Nazi hatred and fear of Roman Catholics.

Hitler was Luciferian, an apostate, and hated the Church and it was the Church that alone stood as a moral bulwark and reproach against his evil dominion. This forgotten and or discounted holocaust's toll is estimated to be the extermination of eight to ten million people who were either Polish and or Catholics, thousands of them priests and nuns, the two most famous being Saint Edith Stein and Saint Maximilian Kolbe.

What the world does not know and what most Catholics have never known is that the prosecution of the Catholic Church by the Third Reich began as early as the assault on Jewry and was every bit as insidious and odious. The canards that the "Pope was silent," and the charge that the Church is the cause of the Holocaust of the Jews is ironic when the actual historical facts are surveyed.


Bron: Catholic Tradition

Link:

http://www.catholictradition.org/Priests/dachau.htm

maandag 19 mei 2014

Christus opent de poorten van het concentratiekamp in Dachau


Het vreedzame verzet van de Kerk tégen de goddeloze Nazi's. Een voorbeeld: Bydgoszcz in Polen, 9 September 1939

Bydgoszcz/Bromberg in Polen, 9 September 1939: arrestatie van de gijzelaars
De Katholieke priesters komen heldhaftig voor de leken-gijzelaars staan...
De priesters laten onbevreesd hun armen zakken...
De Deken van Bydgoszcz, E.H. Kazimierz Stepczyński, weigert tijdens de ondervraging te gaan zitten en daagt de Nazi's uit...
Deze eerste groep gijzelaars wordt enkele minuten later geëxecuteerd...
Momenten voor hun dood...
Een tweede groep wordt geëxecuteerd...
In totaal zullen er 25 mensen, waaronder 6 priesters, geëxecuteerd worden. Hun lichamen bleven 6 uur lang op straat liggen, voordat ze geborgen werden...

S.E. Mons. Mario OLIVERI - Vescovo emerito di Albenga-Imperia

S.E. Mons. Mario OLIVERI - Vescovo emerito di Albenga-Imperia

We Stand In Support of Padre Stefano Manelli

We Stand In Support of Padre Stefano Manelli

Paus Benedictus XVI

Paus Benedictus XVI

Een meditatie over het Heilig Misoffer